Kerkverlating – het handboek (kerkverlater deel II)

Wat een verhaaltje he, in m’n vorige blog. Schrok je er van? Ik hoop niet te erg, maar wel dat je alert mee gaat lezen, kan vast geen kwaad.

Misschien heb je, na het lezen van m’n vorige blog en wetend dat dit een serie wordt, je “Handboek-voor-kerkverlating” erbij gepakt.
Al bestaat die niet letterlijk, we hebben er allemaal wel eentje in onze mentale bibliotheek.
We halen die tevoorschijn als we weer zo’n kerkverlater tegenkomen, en met een rood potloodje vinken we af in welke categorie we de afhaker kunnen plaatsen.

Zo heb je een hoofdstuk waarin je richtlijnen vind hoe om te gaan met de slappe-smoesjes-redenen om de kerk te verlaten – dat mag namelijk natuurlijk niet zómaar. In dat hoofdstuk vind je bijvoorbeeld “ik-wil-uitslapen” en hoe je dat zo goed mogelijk kunt pareren.

Dan is er ook een hoofdstuk voor de lastige gevallen – mensen die je, als je heel eerlijk bent, eigenlijk stiekem wel kunt begrijpen dat ze het opgegeven hebben en vertrokken zijn. Hoe laat je, zonder dat het anderen opvalt, toch een beetje meeleven zien (al zou jíj natuurlijk nóóit tot zo’n keuze komen!)?

En dan heb je ook nog een Q&A appendix: Makkelijke antwoorden (of goedkope antwoorden ?!) op moeilijke vragen. Dat is voor mensen die in de fase zijn blijven steken waar kinderen op elke vraag roepen als antwoord “Jezus!” Zit je altijd goed, toch?

Toegegeven, ik heb dat mentale handboek ook vervelend aanwezig gehad. Tot ik me er van bewust werd. Het rode potloodje. Het maatlatje. Zo lelijk. Ik wilde er gelijk vanaf en nam me voor het alleen nog met de Bijbel te doen.
De Bijbel. Goed Boek. Die is trouwens ook veelal met rood geschreven – rood van Bloed. Iets met genade… vergeving enzo.

Plaats een reactie