De Kerk van Christus… een groot koor (kerkverlater – deel III)

De kerk van Christus kent veel varianten. Hokjes en vakjes. En al snel is dan ook de vraag: “Bij welk clubje hoor jij?” Ik ben altijd een beetje boel allergisch geweest voor die vraag.

In een koor zingt niet iedereen hetzelfde partijtje. Zo heb je in de diepte de baszangers die wat dimensie en power toevoegen aan het lied, terwijl in de hoogte de sopranen er wat lucht in houden. Daar tussenin dartelen, elk met hun eigen partij, de baritons, alten en tenoren. Juist de verschillende partijen, de meervoudige klanken, maken de zang zo melodieus. Soms zie je echter een baszanger z’n oor dichtdoen om zo de diepte van zijn eigen toon zuiver te kunnen raken. En het instuderen van de eigen partij, gebeurd vaak apart – dan word je niet in de war gebracht door de melodie van anderen.

Zo zie ik de Kerk van Christus ook: als een koor. We zingen niet allemaal dezelfde partij. De bariton bij de sopranen zetten is geen goed plan, hij zal zich daar niet thuis voelen. Soms klinken 2 partijen niet mooi naast elkaar en kunnen ze beter afstand nemen – zo houden ze hun eigen melodie zuiver, zonder dat het tekort wordt gedaan door de ander. Maar ze zingen nog steeds in hetzelfde koor. En juist de diverse partijen, onder leiding van De Dirigent, maken de zang melodieus en zo divers dat daarin de Veelzijdigheid van onze God prachtig te voorschijn komt.

Kerkmuurtjes hebben altijd erg weinig voor mij betekent. Dat is een rijkdom – en een tikje lastig in het omgaan met lieve broeders en zusters die ze wél ervaren, er geen deuren en ramen in zien en er al helemaal niet overheen durven te kijken. Ik zie voor hen (en eigenlijk voor ons allemaal) uit naar de dag dat het hele koor bij de Heer is en we opeens zien hoeveel grootster, kleurrijker, veelzijdiger en beter de Kerk van Christus in werkelijk is!

Ik groeide op in de Hervormde Kerk (maar was het Bond, Conventioneel of een andere smaakje?!). Best regelmatig maakten we uitstapjes naar de Vrij Evangelische Kerk. Ook gingen we naar diensten van het Leger des Heils – daar was ik fan van en een tijdje droomde ik ervan om als Heilsoldate rond te stappen, ik zag het al helemaal voor me! Met Kerst gingen we naar het Kinderkerstfeest van de Christelijk Gereformeerden (en, oprecht sorry… het zou zomaar de Nederlands Gereformeerden geweest kunnen zijn). Ik galmde mee met psalmen op hele noten – vond dat wel prima, kon je lekker volume maken, en roffelde mee met de liederen van het Leger des Heils. En waar het gewenst was deed ik een hoedje op of een sjaaltje, dat gaf nog leuke pasmomenten ook. Ik zat op een Reformatorische Basisschool en leerde daar Psalmen en lappen Bijbeltekst uit mijn hoofd. Dat vond ik niet altijd een pretje, maar wat een rijke bagage en zéker geen ballast! Ik werd gedoopt door onderdompeling bij de Vergadering van Gelovigen en deed belijdenis bij de Hervormde Kerk (Gereformeerde Bond). Beiden uit overtuiging en in harmonie (helaas niet meer voor te stellen tegenwoordig).

Ook nu heb ik vrienden uit veel groeperingen en kerken. Gereformeerden (welke smaak raak ik telkens kwijt, sorry) Refo-Baptisten, Baptisten, Protestantse Kerk Nederland, Vergadering van Gelovigen, Evangelisch, Charismatisch… en ik houd van hen. De één beleeft geloof in de diepte van de bastonen, om het maar in de beeldtaal van het koortje te houden. De ander is dan sopraan en fladdert haast, zwevend door de Geest, door het leven. Beiden vind ik prachtig. De diepe ernst en het grote vertrouwen – béiden zijn mooi.

Waar de Bijbel, het Woord van God, van kaft tot kaft gelooft, beleden en geleefd wordt, voel ik me thuis.
Waar de Here Jezus, mens geworden Zoon van God, Zijn verzoenend lijden en sterven en overwinnende opstanding, gelooft, belden en nageleefd wordt, voel ik me thuis.
Een kerk of groepering waar Christus een mooi voorbeeld is en een lieve schat, maar waar niet gelooft wordt Wie Hij Zelf zegt te zijn, ervaar ik geen verbondenheid mee.
Een kerk of groepering waar de Bijbel interessant, literair prijzenswaardig en historische leerzaam is, maar niet beleden wordt dat het Gods Woord is, ervaar ik geen verbondenheid mee.
Ik poog hier niet volledig te zijn, krijg geen crisis nu als je iets belangrijk mist. Wat ik probeer helder te krijgen is dat er kernzaken zijn die je belijdenis dat je Christus wilt navolgen, écht maken. En dat er veel zaken zijn die belangrijk en ook heel gevoelig zijn, maar niet eeuwigheid bepalend.
Zo ben ik dankbaar voor alle ouders die hun kindje laten dopen als baby, met vastberadenheid om het op te voeden in het geloof (en niet omdat de doopjurk zo mooi is en de traditie het toch wel vereist).
En ik ben dankbaar voor elk persoon die zijn of haar geloof wil belijden door zich te laten dopen door onderdompeling (en niet omdat hun vrienden dat ook doen en het zo’n emotioneel hoogtepunt kan zijn).

Nee. Kerkmuren zijn voor mij niet snel een issue. Omdat ik overal Christus zie. Liefde voor Hem. Geloof in Hem. Een verlangen om Hem te behagen en te volgen en groot te maken. Met psalmen op hele noten of met een vlaggendans.

Wat ik echter nooit had… was een gemeente waar ik bij hoorde. Een geestelijk thuis vond. Maar daarover schrijf ik in een volgend blogje.

Plaats een reactie