De trein kwam…

De voorkant van de trein was niet meer harder dan je leven.
Was, toen je opstond die morgen, de nieuwe dag zó dreigend voor je?
Wat dacht je toen je naar het spoor liep?
Was je nog bij kennis toen de klap niet hard genoeg was?
Had je veel pijn of was je al zó gestorven en doods vanbinnen dat je niets meer voelde?
Hulptroepen kwamen, zelfs ingevlogen, misschien wel meer mensen dan in je leven.
Maar je stief.

Mensen liepen even vast door jouw dood,
kwamen met vertraging op hun bestemming aan.
Wachttijd is een kans om even te bezinnen, hoeft niet alleen een reden tot ergernis te zijn.
Zullen de reizigers die kans gegrepen hebben?
Of ging de wissel in hun hoofd gelijk weer om, om verder te gaan met ‘de orde van de dag’?

Jouw dood trof velen, zonder dat jij je dat kon beseffen.
Mensen die letterlijk de brokstukken van jouw bestaan zagen, moesten opruimen, reizigers moesten omleiden.
De pers sprak de bedekkende term uit “een aanrijding op het spoor zorgt voor ernstige vertraging op het traject tussen… en …”
Want ja… we moeten door… we reizen verder… oponthoud mag niet te lang duren.

En je familie, vrienden, collega’s en bekenden; voor hen staat het leven nu even stil.
Overweldigd door ongeloof, verbijstering en schuldgevoel, en met zóveel vragen.
Ze zullen afscheid van je nemen; je spullen opruimen en dan…
gaat voor hen het leven ook door, zonder jou, ze reizen verder.

Ik hoorde van jouw bestaan toen je stief.
En ik rouw om jou.
Om de hopeloosheid die je ervoer, de wanhoop die je de keel dicht geknepen heeft.
De langzaam toenemende druk waaronder je bezweken bent, of de intense vlaag van blinde paniek die je overviel en waarvoor je vluchtte.
Om het leven dat voor jou zo’n diep lijden was.

Ik hoorde door jou de roep van de dood.
En ik huiver, want ik herken die stem.
De vijand die zich als vriend presenteert,
als nooduitgang, als vlucht mogelijkheid.
In diep lijden kan het zo moeilijk zijn de laatste vijand niet als vriend te gaan zien.
Kan het zo moeilijk zijn die vijand niet voor lief te nemen, omdat het leven een grotere vijand is.

Mijn reis gaat verder.
Met een zucht pak ik mijn eigen bagage weer op en kom weer in beweging.
Maar een stuk van mijn hart staat nog op ‘pauze’.
Biddend om troost voor de onzichtbaren; hulp voor de lijdenden; Leven voor de doden.