… weer aan de zijlijn belandt ?!

Een beetje beduusd kijk ik om me heen. Dit wereldje is zó bekend, het zou haast vertrouwd moeten voelen. Maar ik sputter en pruttel, voel me onprettig en zoek naar een uitweg. Hier wil ik niet meer zijn, niet wéér!

De zijlijn. Dat lijntje dat er is om iedereen in goede banen, in het gareel te houden. En waar je overheen gaat als je dat gareel niet meer bij kunt houden, je ontspoord en aan de kant moet. Waar je veel nog wel meekrijgt, maar zelf niet meer meedoet. En dat doet zeer, maakt gefrustreerd en geeft een boel onmacht maar zo werkt deze maatschappij. Onverbiddelijk.

Heel wat jaren heb ik over dat lijntje doorgebracht. Waar de wereld trager lijkt te gaan maar je er toch je handen meer dan vol aan hebt. Dat wéét je, en tegelijk zie je de ‘normale’ wereld nóg harder voorbij schieten en je beseft – daar hoor ik helemáál niet meer thuis.

Voor een flink aantal maanden bevond ik mij echter niet meer helemaal aan de kant van het leven. Ik kon weer een aantal uren werken en wauw wat een cadeau was dat! Ik genoot met volle teugen (en maakte gelukkig niet teveel brokken) en keek mijn ogen uit in het ‘gewone’ reizigersleven van alledag. Waar niemand de zonsopgang ziet, omdat ze allemaal naar een stom stuk ijzer in hun handen kijken. Waar je elkaar niet begroet, maar wel bekijkt én keurt. Waar je altijd gehaast bent, of je nu op tijd bent of niet. Wat voelde ik me een vreemde eend in de bijt, vast besloten om bepaalde gedragspatronen van achter dat lijntje met me mee te nemen deze voor mij zo’n vreemde, harde maatschappij in.

Ik ging lekker! Ging. En wat kijk ik er met weemoed op terug. De afgelopen weken begeef ik mij weer achter die zijlijn. Waar rust noodzaak is. Artsbezoekjes plaatsvinden. Een noodplan weer in werking trad en voor dagen een ziekenhuistas op de grijp klaar stond. De ‘normale’ wereld staat weer op afstand en gaat zoveel sneller dan ik nu kan bijbenen.
Na opnieuw een fijne dag werken, eiste voor mij totaal onverwacht een bloeding naast mijn aandacht ook heel veel van mijn energie op. Een aantal dagen was het onzeker of spoedopname noodzaak was, maar toen stopte het bloeden. En, terwijl de (langzame) medische molens weer op gang komen, vullen mijn dagen zich met rusten en herstellen. Op krachten komen, zodat ik zo sterk mogelijk de onderzoek molen door kan.

De vragen stapelden zich in rap tempo op. Waar kwam de bloeding door? Is er schade en zo ja hoe ernstig? Kan het zich herhalen? Hoe lang duurt herstellen? Welke onderzoeken zijn er nodig? Wat zal dat voor uitwerking op mijn lichaam hebben? Onderwijl gluur ik stiekem weer naar de weg, waar alles in volle vaart doordendert. Wanneer kan ik weer invoegen?

Een aantal weken verder, is mijn gesputter voorbij en de onrust verdwenen. Niet de vragen, die zijn er nog in overvloed. Maar weet je, mijn Routeplanner is niet in de war. Ik ben niet verdwaald. Al had ik dit niet zo bedacht, dit is geen plan B situatie. Ik ken mijn Routeplanner en vertrouw Hem. Zijn werkwijze om per stap helderheid te geven kon me mateloos irriteren, maar zie ik nu als genade – teveel in één keer weten zou ik niet kunnen behappen.

Vertrouwend dat Hij ook deze ronde weer stap voor stap zal voorzien, neem ik voor nu waar ik kan mijn verantwoordelijkheid. Door een ijzerrijk dieet en ijzertabletjes, help ik mijn lichaam om nieuw bloed aan te maken. Door veel te rusten geef ik mijn lichaam kans om te herstellen en door wandelingetjes (van mini naar iets minder mini) help ik mijn lichaam om weer op krachten te komen. En vooral, ik zorg voor goede ‘voeding’ voor mijn ziel. Door de Bijbel zelf. Door goede boeken. Door muziek. In gebed en vooral door Gods Geest wanneer ik te zwak ben om recht uit mijn ogen te kijken.

Nee, ik ga niet lekker. En toch ook weer wel. Mijn ziel komt tot rust. Ik weet me kwetsbaar en veilig tegelijkertijd. Ik ben in Goede Handen. En daar is het goed toeven. Zagen de mensen dat maar wat beter, daar op die snelle weg van het ‘normale’ leven…