Met een schuin oog keek ik nog eens naar buiten. Yep, de regen kwam nog steeds met bákken uit de hemel. Zo’n bui dat je jezelf afvraagt of een pluutje nog iets zal tegenhouden of dat je je maar beter kun overgeven aan de regen en het over je heen moet laten komen. Want ja, ik stond echt op het punt om weg te gaan. Met een zucht pakte ik m’n spullen en m’n paraplu (schelen zou het allicht wat) en ging naar buiten. En onderwijl bad ik nog even snel “Mag het alstUblieft even droog zijn? Dat zou ik écht top vinden!” Het goot van de regen toen ik m’n jas aandeed. Toen ik de voordeur achter mij op slot deed, regende het nog stevig. En toen ik uit het trappenhuis op straat kwam… was het droog.
Even tussendoor. Nee, ik geloof niet dat dit toeval was. Ja, ik zie dat als knipoog van de Here, een bevestiging maar geen bewijs van Zijn goedheid. Nee dat zie ik niet als vanzelfsprekend en ja Hij zou nog steeds goed zijn én betrouwbaar wanneer de regen niet gestopt was. Heb ik zo de theologische bobbeltjes wat kunnen omzeilen?

Ik wil het namelijk over mijn paraplu hebben. Ziet die op plaatje er nog gezellig uit, die van mij is zwart. Geen leukigheid in te vinden. Wel handigheid. Als het regent. En onhandigheid wanneer je dat ding meeneemt terwijl het níet regent en ’t moet vasthouden naast de bagage die je ook meesleept naar je afspraak.
En, al had ik gebeden, ik nam dus wel als voorzorgsmaatregel mijn plu mee, want geloof en gezond verstand gaan samen. Toch?
Heb jij dat ook wel eens? Dat je om iets bid en tegelijkertijd een voor-het-geval-dat oplossing bedenkt en voorzorgsmaatregelen treft? Hoeft niet verkeerd te zijn. We zijn met grijze celletjes geschapen en die mogen best wat bedenken. Daar zijn ze voor. Maar je moet wel een beetje scherp blijven daarin in… voor je het weet heb je namelijk je geestelijke handjes vol met jouw bagage en voorzorgsmaatregelen en kun je de zegen die de Here je wil geven, niet aannemen…