Voorzichtig stak ik m’n hoofd om het hoekje. Zat de zaal vol met mensen? Kende ik er een paar of waren het allemaal nieuwe gezichten? Na heel wat gehik was ik eindelijk overstag, had ik al m’n moed bij elkaar geraapt en was ik naar een voor mij nieuwe groep/gemeente gegaan. In m’n eentje. Spannend!
Ik had wat langer voor m’n kledingkast staan piekeren, wilde wel een béétje goede eerste indruk maken. Gelukkig zag ik een paar bekenden én een lege stoel – ideaal! Ik plofte naast hen neer en we kwebbelden wat. Dit bleek het begin van een kostbare en diepe, bijzondere vriendschap. Wat een cadeau, gelijk bij binnenkomst al! De liederen kende ik, dat scheelde weer. De Woordverkondiging was… ànders dan ik gewend was. Niet leerstellig, maar praktisch toepasbaar voor vandaag, perspectief bieden voor de Toekomst. Daarbij werd de Waarheid en Betrouwbaarheid van het Woord onderstreept. Na de dienst kwam de spreker naar me toe – oeps! “Hallo, ik ben… . Wie ben jij?” Zo doodnormaal – het ijs dát er nog was, was gelijk gesmolten. Ik ging er wat gemakkelijker bij zitten.

Voor mij was het gewoon dat iedereen na de dienst gelijk naar huis ging. Direct na de zegen (daar konden we nog nét op wachten maar eigenlijk deden we dan al ’t laatste knoopje van onze jas dicht) gelijk naar huis, de rest van de zondag was van ons! In deze groep bleef iedereen na de dienst?! Drinken en lekkers kwam tevoorschijn. Waar de preek vragen had opgeroepen, gingen mensen naar de spreker om de vragen te bespreken. Onderling werd er ook nagepraat. Bijbels bleven zichtbaar en werden weer opengeslagen om te laten zien wat was opgevallen of wat laatst was gelezen in persoonlijke tijd met God. Niemand nam de tijd om over ’t laatste lekkere recept te praten, nog minder om over mode na te denken en tv series kwamen al helemaal niet langs. Waar over nagedacht, doorgesproken en gedeeld werd, ging allemaal over ons leven met God. En ik, als nieuwelinge, werd daarin opgenomen met een vanzelfsprekendheid die me trof. Opeens kreeg het “huisgezin van God” zoals de gemeente wel eens wordt genoemd, een gezicht. Jong gelovigen, ouder gelovigen, alles liep door elkaar. Ongelovigen waren er ook en werden niet als ‘besmettelijk’ gezien maar enthousiast op sleeptouw genomen. Het was heel gewoon dat iemand binnenkwam met een gast. Een familielid dat na de koffie thuis toch een wilde komen kijken, of een buur in problemen die was meegenomen of een collega die nu toch wel eens benieuwd waar dan zo enthousiast over gesproken werd op maandag in de kantine. Hoe meer ‘vreemden’ hoe beter – welkom!
Je kon jezelf zijn. Dus ook op minder heilige momenten in je leven, was je van harte welkom. Bemoediging en aanstekelijk christen zijn, hadden de overhand op vermaning en ‘voorbeeld’ christen zijn. Eerlijke vragen konden gesteld. Ook de minder gepolijste, ook de politiek incorrect. Altijd de rauwe, werkelijke vragen, die geboren worden in de prut van het dagelijkse leven; er was ruimte voor.
Het Huisgezin van God. Inmiddels niet meer schuchter, zat ik ontspannen in de woonkamer. Voelde ik me thuis en op m’n gemak. Durfde ik mijzelf te zijn, en kon ik juist daardoor groeien in mijn persoonlijke relatie met Christus.