Buiten de Kerk kwam ik Iemand tegen… (kerkverlater – deel VIII)

Tja, dus nu ben ik al een tijdje een buitenkerkelijke. Kerkverlater. Einzelgänger. Plak er maar een stickertje op. Daar houden we van, dat helpt ons om iets of vooral dan iemand, te plaatsen.

Het maakt me verdrietig hoeveel medechristenen ik tegengekomen ben búiten de Kerk. Ze hebben de Here van harte lief. En zijn diep beschadigd door mede-gelovigen. Of ze leden ‘honger’ omdat het geestelijke voedsel dat ze opgediend kregen niet verder ging dan de oproep tot bekering. Die ís natuurlijk ook heel belangrijk mee, maar wat als je eenmaal tot Leven bent gekomen… hóé leef je dan met de Heer in deze rare tijden?

Voor mij was het nodig, en ik zeg dit echt met verdriet, om búiten de Kerk mijn wonden te laten verzorgen. De Gemeente van Christus was niet meer veilig voor mij, ik moest mijzelf er tegen in bescherming nemen. Wat een aanklacht! En het erge is dat ik geen uitzondering ben!

Inmiddels ben ik wat opgelapt door ‘barmhartige Samaritanen’, waar de Priesters en Levieten me lieten voor wat ik was. En opnieuw blijkt de Bijbel echt weer zó actueel en realistisch eerlijk – moet je eens lezen in Lukas 10 vers 25-37.
Ik kan mijn reis weer gaan hervatten. Binnen of buiten de Gemeente? Bij het denken alleen al aan het me aansluiten bij een gemeente, brak het zweet me uit. Daarin is gelukkig herstel merkbaar. Maar ik merk ook een willetje bij mijzelf dat er eigenlijk de brui aan wil geven. Zij schrijven mij af, ik schrijf hun af. Toch?

De Here Jezus heeft samen met de Vader de Gemeente bedacht. En met hulp van de Heilige Geest houdt Hij de Gemeente gaande en staande. Hij als het Hoofd, de Gemeente als Zijn lichaam hier op aarde. Verminkt, krakend en kreunend, onderdelen missend en haast uiteen vallend (net een fysiek lichaam, vind je ook niet?) waggelt het door de eeuwen heen.
Wat me verbazen kan, is dat ik nergens in de Bijbel lees over een plan B. Dat zou volgens mijn logica beschikbaar moeten zijn voor het geval dat het Lichaam de Geest geeft. Kennelijk gaat dat dan niet gebeuren, opnieuw een bewijst dat God Gód is. Met alle lek en gebrek gaat de de Heer, ons Hoofd, er dus toch mee door?! 

Buiten de Kerk kwam ik naast medechristenen, ook Christus tegen. Het was goed en fijn Hem te zien, al was ik ook wat verbaasd. In het donker van het er-uit-liggen, is Hij een Licht waar ik graag dicht bij blijf. Ik weet me minder alleen en kwetsbaar, de Herder is bij mij. Een hele opluchting in alle prut.

Maar wat ik Hem nu zie doen?!
Hij staat aan een deur te kloppen… Bij de Gemeente?
Yep, ook Hij is er op meer dan één plek uitgezet.
Maar Hij legt Zich daar niet bij neer en klopt, Gentleman dat Hij is, netjes weer aan de deur aan om binnengelaten te worden door iemand.
(Lees maar in Openbaring 3 vers 20)

De Here Jezus is mijn grote Voorbeeld om na te volgen. Ook nu? Ja, dáág! Ik bal mijn vuisten, slik een verwensing in en kijk. Ja echt, mijn ogen bedriegen mij niet. Hij klopt. Loopt niet eventjes dóór de deur en trapt het ook niet in. Wat een vastberadenheid én zachtheid tegelijk. Niet opgevende liefde, herkansing biedende trouw. Wat een genade. Ik kruip achter Hem weg (lekker veilig) en kijk over Zijn schouder of er iemand open gaat doen…

Plaats een reactie